Een specialist nodig? 030 – 272 45 00

br&dh in de media: vrijspraak PGB-fraude en uitkeringsfraude zorgorganisatie JCN – ontnemingsvordering ca. 1 miljoen vervallen

4 november 2015

In: NieuwsberichtenUit de praktijk

Voor PGB-fraude, uitkeringsfraude en het bezit van een namaakwapen werd de voorganger vrijgesproken. Dit is definitief geworden, omdat de officier afstand heeft gedaan van hoger beroep.

De verdediging heeft wel hoger beroep ingesteld voor uitbuiting en faillissementsfraude. De rechtbank Gelderland veroordeelde de voorganger op 23 oktober 2015  tot een gevangenisstraf 18 maanden cel, waarvan 8 maanden voorwaardelijk. De rechtbank overwoog dat de gasten die bij Stichting Intro werden opgevangen volledige dagen zouden moeten werken zonder daar voor betaald te krijgen en dat zij niet de in gelegenheid waren om uit deze situatie te stappen. De rechtbank kwalificeert dit als uitbuiting.

Raadsman Arjan de Haan heeft namens de voorganger van het Jezus Centrum hoger beroep ingesteld. Het hoger beroep is ingesteld om meerdere redenen.

Allereerst kan de verdediging zich niet vinden in de onderbouwing van het bewijs voor uitbuiting. De rechtbank heeft overwogen dat de gasten werden gedwongen om hard te werken terwijl ze hiervoor niet betaald kregen en ze zich hieraan niet konden onttrekken. De stichting waaraan de voorganger leiding gaf zou deze situatie opzettelijk hebben gecreëerd doordat de gasten verplicht werden om intern te wonen, hun geld moesten laten beheren door een bewindvoerder, een verplicht zorgprogramma moesten volgen en werden afgeschermd van de buitenwereld.

De rechtbank gaat eraan voorbij dat de hiervoor beschreven werkwijze volkomen gebruikelijk is binnen de verslavingszorg. De financiën van een gast worden bewust bij een bewindvoerder ondergebracht doordat ze vaak torenhoge schulden hebben. Om te voorkomen dat de gasten worden bestormd door deurwaarders wordt het beheer van de financiën bij een bewindvoerder ondergebracht zodat de gast zich kan focussen op zijn herstel. Het contact met de buitenwereld wordt zoveel mogelijk beperkt om te voorkomen dat gasten opnieuw benaderd worden door dealers of foute vrienden en daardoor opnieuw met drugs in aanraking komen. Ook de verplichting om intern te wonen is vanuit die optiek bij de deelname aan het programma in de eerste fasen verplicht.

De rechtbank heeft in haar oordeel ook mee laten wegen dat de gasten werden ingezet in een commercieel bedrijf. Hoewel dagbesteding (onbetaalde arbeid) binnen de verslavingszorg volkomen gebruikelijk is vindt dit veelal plaats in een sociale werkplek. De stichting achtte dit niet gewenst. Gasten krijgen door het werk in een sociale werkplek een stempel, hetgeen terugkeer op de arbeidsmarkt belemmert. Door de gasten te werk te stellen in een commercieel bedrijf werd dit voorkomen, hetgeen op een positieve manier kan bijdragen aan de terugkeer in de maatschappij.

De verdediging heeft bovendien bezwaar tegen de weging door de rechtbank van de verklaringen van de gasten dat ze werden afgemat en dat ze geen zorg ontvingen. De focus voor de gasten lag allereerst op re-integratie en niet op het verrichten van uren. De verklaringen van de gasten dat ze hard moesten werken zijn naar de mening van de verdediging dan ook overgewaardeerd. (Ex)-verslaafden zijn veelal niet in staat om te beoordelen of en zo ja, er sprake is van zwaar werk en of de begeleiding die ze ontvangen als zorg kan worden beschouwd. De verdediging wil daarom in hoger beroep een getuige-deskundige horen die zich daarover kan uitlaten. Ook wil de verdediging in hoger beroep een aantal getuigen horen die wel succesvol zijn uitgestroomd en die kunnen beamen dat het werk in de fabriek heeft bijgedragen aan hun rehabilitatie.

De verdediging is voorts van mening dat de voorganger niet voor faillissementsfraude vervolgd had moeten worden vanwege een schikking die met de curator is getroffen. De verdediging heeft redenen om aan te nemen dat de FIOD over de voorgenomen schikking is geïnformeerd en zich daartegen niet heeft verzet terwijl het strafrechtelijk onderzoek naar faillissementsfraude reeds was aangevangen. Nu de tenlastegelegde faillissementsfraude betrekking heeft op feiten waarvoor een schikking was getroffen, staat dit naar de mening van de verdediging aan strafrechtelijke vervolging in de weg.

De stichting waaraan de voorganger leiding gaf is niet de eerste stichting die door verklaringen van gasten in een negatief daglicht wordt gezet. Gasten die in een verslavingszorg instelling zitten worden door de uitspraak verder aangemoedigd om – wanneer het ze even niet bevalt – hun beklag bij justitie te doen. Dit is een zeer kwalijke zaak en instellingen worden door de rancune van gasten in een zeer kwalijk daglicht gesteld. Het kan bovendien de doodsteek zijn voor een verslavingsinstellingen, zoals in het onderhavig geval ook is gebeurd.

Het is nog niet bekend wanneer het hoger beroep dient.

Advies van ons nodig?

Heeft u advies of juridische bijstand nodig?
Neem dan contact met ons op!
Bel 030 272 45 00

Stuur een mail
U gebruikt een verouderde browser!

Werk uw huidige browser bij naar de laatste versie. Update mijn browser nu

×